Interview Wallace Vanborn over hun nieuwe plaat ‘A Scalp For The Tribe’, hun samenwerking met David Bottril & Chris Goss en Rock Werchter

© Wallace Vanborn

© Wallace Vanborn

Ze zijn terug! Wallace Vanborn is er na vijf jaar met een langverwachte opvolger voor ‘The Orb We Obsorb’. De heren keren voor hun nieuwe langspeler terug naar hun roots en produceerden ‘A Scalp For The Tribe’ helemaal zelf. Wij hadden een gesprek met Ian, Sylvester en Dries.

In 2014 kwam jullie laatste plaat ‘The Orb We Absorb’ uit, eind 2017 kondigde jullie een sabbatical aan. Was het vat ideeën eventjes op of hoe kwam dat?

Ian: Het was een samenloop van omstandigheden. Sylvester was net papa geworden, ik had het psychisch even moeilijk. Het was ook niet slecht om eventjes afstand te nemen. 2014 viel op zich wel mee, maar de jaren ervoor waren non-stop voor ons. Het heeft wat langer geduurd dan we oorspronkelijk gepland hadden, maar toch voelde het goed aan om even te herbronnen.

Dries: Het is echt organisch gekomen. We hadden niet gepland om zo lang eruit te zijn. Het is gewoon met alles dat op ons pad kwam. Nu je het zegt: 2014. Dat is wel: wow, oeps (lacht). 

Jullie hebben ‘A Scalp For The Tribe’ helemaal zelf geproduceerd, terwijl jullie voordien samenwerkten met grootheden zoals David Bottrill en Chris Goss. Vanwaar deze wissel?

Ian: We wouden een combinatie maken van de drie vorige platen. Het is in feite het jeugdige van de eerste plaat, samen met het strakke van de tweede, gecombineerd met het rauwe van de derde plaat. We wouden de drie gevoelens combineren en besloten daarom om zelf de productie in handen te nemen. Veel producers hebben hun eigen soort stempel, waar je dan toch onderhevig aan bent of je gaat er toch mee samenwerken om graag zijn of haar stempel wilt. 

Dries: We hebben superveel bijgeleerd. Bij David Bottrill was dat vooral theoretisch, terwijl we bij Chris Goss, alle technische bagage achterwege moesten laten. Bij Goss was het vooral de energie, het moment, de take die we moesten voelen. Compleet tegenovergesteld van Bottrill, maar o-zo leerrijk.

Ian: We hebben inderdaad jarenlang in spons-modus gestaan om zoveel mogelijk te absorberen. We hebben er ook uit geleerd: zo is het name drop-gehalte van een bepaalde producer veel minder belangrijk dan we dachten. De allereerste plaat die we hebben gemaakt, werd opgenomen in een tuinhuisje. Dat is nog steeds de plaat met de meeste airplay. Daarna werkten we samen met Bottrill, een man met drie Grammy’s op zak, maar dat heeft in feite niet zoveel veranderd. Technisch hebben we er enorm veel van bijgeleerd, we hebben er zeker geen spijt van. 

© Wallace Vanborn

“Het enige ego is dat van het nummer. We zijn er om het nummer te dienen.”

Wanneer zijn jullie begonnen aan de nieuwe plaat?

Ian: Het merendeel van de nummers is zo’n twee jaar geleden tot stand gekomen. We hadden ook nog enkele nummers ‘in de frigo’ zitten van de vorige platen. We zijn met zo’n 18 nummers gestart, waarvan we er uiteindelijk 13 hebben opgenomen. De opnames vonden vorige zomer plaats. We hebben echt onze tijd genomen omdat we de productie zelf in handen hadden. Van de 13 die we opgenomen hadden vonden we deze finale 10 de essentie.

Jullie hebben met drie tezamen geproduceerd, hoe verliep het opnameproces? Ging dat moeilijk?

Sylvester: Neen, totaal niet. We luisteren ook meer naar het nummer, dan naar onze eigen persoonlijke voorkeuren.

Dries: Het is ook hoe we reeds jaren samenwerken. We zijn samen opgevoed in de muziekwereld. We kennen ook niets anders. 

Ian: We hebben inderdaad snel geleerd dat kritiek op een bepaalde partij, geen kritiek is op de persoon die de partij speelt. Jonge bands durven het daar wel is moeilijk mee hebben. Het enige ego is dat van het nummer. We zijn er om het nummer te dienen.

Eerder dit jaar brachten jullie twee nummers uit ‘Borderline’ en ‘Flashlight’, waarvan eentje met Nederlandse band Paceshifters. Hoe is die samenwerking ontstaan?

Ian: Ik heb Seb, de zanger van Paceshifters, leren kennen via The Very Very Danger. Dat is een zijproject waarmee ik bezig ben geweest. Dat klikte meteen. Hij cureert ook een festival in Zwolle, waar hij ons geboekt heeft. Zo is de bal aan het rollen gegaan en dachten we: ‘Laten we is samen een release doen’. 

© Wallace Vanborn

Op de opvallende videoclip van single ‘From A To Yellow’ is jullie eigen manager te zien. Hoe is dat ontstaan?

Sylvester: Eigenlijk is dat al grappend ter sprake gekomen. We waren deze zomer op tour in het VK en we wouden er een clip maken. We zijn toen niet verder geraakt dan een idee en dat was uiteindelijk onze manager in de verf zetten.

Ian: Hij heeft ook gewoon zo’n goede moves én dan wil je die moves aan de wereld tonen (lacht)!

Sylvester: We hebben trouwens twee managers: de andere staat op de cover!

Jullie hebben al enorm veel shows gespeeld. Wat staat er nog op de bucketlist van festivals of zalen?

Ian: Op één van de grote Nederlandse festivals mogen spelen: Lowlands, Pinkpop, Best Kept Secret hebben we nog nooit gedaan. Als Belgische band is Werchter ook wel een milestone. Het zou leuk zijn, maar daar is het ons niet om te doen. Als we veel kunnen spelen en ons publiek terug kunnen zien, zijn wij tevreden, maar Werchter is toch wel mooi (lacht)!

Eind deze maand staan jullie in uitverkochte AB Club. Enorm veel zin in veronderstel ik?

Ian: Het zal wel zijn! De rocktempel hé. Het is de eerste keer dat we de releaseshow niet in Gent doen. We hebben er enorm veel zin in.

Wallace Vanborn staat eind november in AB, al is die show reeds uitverkocht. Je kan ze de komende maanden aan het werk zien in Trix (We Are Open), Vooruit, Nosta en Het Depot. Alle informatie via hun Facebookpagina. 

Volg voor meer